Sint Jansgeleen 3 • Spaubeek • € 845.000,- k.k.

Soort woning Herenhuis, vrijstaande woning
Woonoppervlakte 370 m2
Perceeloppervlakte 4.005 m2
Inhoud 3.300 m3
Totaal aantal kamers 15
Bouwjaar 1775
Brochure

Omschrijving

Men neme een historische voorburcht daterend uit 1775, de vooruitgeschoven verdedigingslinie van het vroegere Kasteel Sint-Jansgeleen dat de zetel van de heerlijkheid was. Men menge dit met een authentieke watermolen aan de schilderachtige Geleenbeek. Men voege hieraan toe een unieke ligging aan zowel het Pieterpad (de langste aaneengesloten wandelroute van Nederland die voert van Pieterburen in Noord-Groningen naar de Sint-Pietersberg in Zuid-Limburg) als de beroemde pelgrimsroute naar Compostela.
En voilà, zie hier het recept voor een ultra romantische witgekalkte kasteelhoeve in Spaubeek dat daarnaast een groot en smaakvol multifunctioneel bijgebouw (tot voor kort met horecabestemming) op haar terrein herbergt. Het geheel biedt een scala aan eindeloze mogelijkheden.
De voorburcht ademt één en al geschiedenis met zijn prachtige oude eiken balken, stenen vloeren, ingelegd parket, schouwen en zelfs twee originele schietgaten op zolder (tegenwoordig gelukkig wel voorzien van glazen vensters).
De Sint Jansmolen hoorde al in de 14e eeuw bij het kasteel, dat zijn naam overigens dankt aan diverse voorname heren met dezelfde voornaam die het kasteel hebben mogen bewonen.
De watermolen was tot 1795 de banmolen – een molen waar de naburige boeren verplicht waren hun graan te laten malen - voor het gebied der Schepenbank Beek. Het molenhuis is in 1775 gebouwd door de Zuid-Nederlandse prins Charles Joseph de Ligne. Hoewel de molen sinds 1965 niet meer in gebruik is, zijn de karakteristieke restanten nog steeds zichtbaar, zowel binnen als buiten in de vorm van een fontein gemaakt van een oude molensteen.
Om al deze redenen is de kasteelhoeve, waarvoor deels nog stenen van het originele kasteel zijn gebruikt, een erkend rijksmonument.
Het oorspronkelijke Kasteel Sint-Jansgeleen mag dan wel in 1930 grotendeels zijn afgebroken, de grandeur van de hoeve leeft nog steeds voort.

Bouwjaar ca. 1775, watermolen gerestaureerd 1982.
Baksteen met mergelbanden – grotendeels gepleiserd.
Isolatie watermolen dakisolatie
Kozijnen hardhout
Dakbedekking watermolen houten mansardekap constructie met
natuurstenenlei schuur, houten zadeldakconstructie met keramische dakpan
Verwarming cv-installatie: cv-ketel en boiler 2003, schuur combi ketel 2014.
Bijzonderheden Rijksmonumentnummer 8788, perceel A 3723 registerinschrijving als beschermd monument.
Bestemming Natuur – landgoed met o.a. wonen, verblijfsrecreatie, horeca, kantoren, extensieve dagrecreatie,
congresdoeleinden.


Indeling Watermolen
Souterrain
Het souterrain is ingedeeld in een viertal gewelfde kelderruimten met de afmetingen: ca. 5,65 x 4,35 m, 4,65 m x 4,45 m, 7m x 1,95 m en 6,95 m x 2,10 m.
Deze ruimten zijn met elkaar verbonden en ook vanuit buitenaf bereikbaar.

Begane Grond
Ontvangsthal 5,95 m x 4,80 met toilet living 7,25 m x 4,80 m, eetkamer 4,80 m x 4,75 m , keuken 6,40 m x 3,15 met keukenblok en apparatuur: vaatwasser, koelkast afzuigkap en keramische kookplaat .
Op lager niveau is een berging met aansluitingen witgoed en toegang naar de tuin met terras.

1e verdieping
Hier bevinden zich twee badkamers, de overloop ca. 6.05 m x 4,90 m , vier slaapkamers met de afmetingen 5 m x 3,75 m , 3 m x 3,15 m , 4,75 m x 3,45 m en 5,75 m x 4, 85 m en de ouderslaapkamer 3,75 m x 3,0 m. De badkamers zijn ingericht met een ligbad, douche, bidet, toilet en twee wastafels.

2e verdieping
Hier bevinden zich de overloop ca 6 m x 4,55 m, drie slaapkamers met de afmetingen 4,65m x 4,65 m, 5,75 m x 4,85 m , 6,95 m x 4,45 m en een berging van 6,85 m x 6,30 m met de cv opstelling.

3e verdieping
Bergzolder via vlizotrap vanuit de bergkamer bereikbaar.

Indeling Schuur
Begane grond (187 m2)
Voormalig restaurant, keuken en toiletgroep.
Aan de achterzijde is een opslagruimten aanwezig.

1e verdieping ( 187 m2)
Via verdieping is middels een vaste trap bereikaar en is ondervereeld in een drietal ruimtes met o.a. berging, cv opstelling, zolderruimten.


Geschiedenis van de molen
De watermolen van St. Jansgeleen was vanouds een banmolen, waarop de ingezetenen van Beek en Spaubeek moesten laten malen.
De molen ontleent zijn naam aan het kasteel St. Jans-Geleen, dat tussen Geleen en Spaubeek stond en de zetel van de heerlijkheid was. Nu staat daarvan alleen nog de voorburcht.
De watermolen ligt in een vleugel van dit fraaie gebouw van baksteen met brede mergelbanden (speklagen) en gewitte gevels. Hoog boven het waterrad, naast de uitbouw, bevindt zich een gevelsteen met het wapen van de bouwheer Charles Joseph, prins de Ligne. Zijn voorganger Claude Lamoral, prins de Ligne, graaf van Geleen en Amstenrade had zich diep in de schulden gestoken en gaf bij het sluiten van een lening, groot 12.000 gulden Luiks, de toenmalige molen van St. Jansgeleen in onderpand. De watermolen van Daniken bij Geleen, die eveneens zijn eigendom was, werd bij een lening van 6.000 gulden Luiks als onderpand gegeven. Ook prins Charles geraakte in schulden. De enige uitweg was een verkoop. Onder de adel was echter geen voldoende kapitaalkrachtige gegadigde te vinden, die de koopsom kon opbrengen. Een rijke koopman uit Luik, Nicolaas Willems genaamd, betaalde in 1779 voor het graafschap Amstenrade en alle eigendommen en rechten in Amstenrade, Geleen, Schinveld enz. 567.000 Luikse guldens. Van Willems is verder bekend, dat hij de bouwheer van het huidige kasteel Amstenrade is.

Nicolaas Willems was ongehuwd. Zijn zuster Marianne was getrouwd met baron Jean Baptiste de Hayme de Bomal. Hun enige kind Victoire erfde in 1788 alle bezittingen van haar oom. Ze huwde met Romain Joseph, graaf de Marchant d'Ansembourg, waardoor de goederen in deze familie kwamen.
Na de inval van de Fransen behield hun zoon Jean Baptiste, gehuwd met barones Marie de Wendt Hoitfeld alleen de familie-eigendommen, de rechten werden vervallen verklaard.
Clotilde de Marchant d'Ansembourg erfde onder meer in 1856 de molen met het Huis St. Jans-Geleen en de Spaubeker oliemolen. Ze was gehuwd met haar neef Rudolph Leonard Francois Mane baron de Wendt Holtfeld en woonde op het kasteel Crassenstein in Diestedde in Westfalen (D.) Hun huwelijk bleef kinderloos. De Spaubeker goederen vermaakte zij aan haar achterneef Rudolf. In 1914 verkocht deze het Huis St. Jans-Geleen met de molen en aanhorigheden, samen ongeveer 160 eigendommen, aan de N.V. Bouwgrondmaatschappij Tijdig, gevestigd in Heerlen. Vervolgens werd in 1917 de landbouwer Pieter Hubert Limpens te Amstenrade door koop eigenaar en in 1920 Jan Joseph Mengelers, grondeigenaar in Heerlen.
Zijn zoon Pierre, die bij Limpens als knecht had gediend, werd later eigenaar. Pierre Mengelers had op St. Jans-Geleen verschillende bedrijfstakken. Als beroep gaf hij molenaar, landbouwer, fruitteler en koopman op. Tot het Huis behoorde een boerenbedrijf met veel bouw-, wei- en hooiland en een grote boomgaard. De molen werd bediend door een ervaren en vakbekwame molenaarsknecht, die geheel zelfstandig moest kunnen werken. In tijden, dat het niet druk was op de molen moest hij ook op de boerderij behulpzaam zijn en dat gaf wel eens problemen met een vakmolenaar.

Bij de molen had de Geleenbeek een tamelijk groot hoogteverschil. Dit maakte het gebruik van een bovenslagrad mogelijk. Het was de enige molen op deze lange beek die met een dergelijk rad was uitgerust. In de molentak, die naar de kanjel leidde, bevond zich een maalsluis, die tevens lossluis was. In de afslagtak met een sterk verhang stond een verdeelwerk met vier lossluizen. Het waterrad heeft een middellijn van 3,00 m. en een breedte van bijna 2,00 m. De afmetingen van de oude waterraderen verschilden daar weinig van.

In de jaren 1925 en 1930 onderging de molen enige veranderingen. De molenvleugel heeft vijf zijden en een mansarde-, punt- of tentdak. Bij de plaatsing van het ijzeren waterrad werd boven het rad een hoge aanbouw gemetseld, waarvan het lessenaarsdak aan een zijde op het mansardedak aansloot. Hiernaast werd in 1939 een turbinegebouw gezet met een dak van golfplaten. De turbine, die met een riem een generator aandreef, werd geleverd en geplaatst door de Machinefabriek en IJzergieterij P. Konings uit Swalmen. De turbine had een eigen watertoevoerleiding met een sluis. De opgewekte elektriciteit werd overigens uitsluitend voor eigen doeleinden gebruikt. Een pomp, die de kelder moest droog houden, was op deze installatie aangesloten.

De maalinrichting bestond uit drie koppel 16der kunststenen, die rondom het gietijzeren spoorwiel op een houten steenbedding lagen. Het zware gietijzeren gangwerk is nog aanwezig. Dit bestaat uit een conisch aswiel met ijzeren tanden, dat samenwerkt met een geheel ijzeren conisch tandwiel op de stalen koningspil. Boven dit tandwiel bevindt zich het spoorwiel, dat de rondsels van de steenspillen aandrijft.
De maalstoel bestaat uit gietijzeren kolommen. Elk koppel stenen wordt op de gebruikelijke wijze ondersteund door een brug met de steenlicht, die tussen twee kolommen is geklemd. Het gangwerk met de stoel zal omstreeks 1900 zijn geplaatst, toen ook het waterrad werd vervangen. De overbrengingsverhouding van het gangwerk bedraagt 1 : 8.2. Maakt het waterrad één omwenteling per minuut, dan maakt de loper ruim acht omwentelingen. Vanwege de kleine middellijn had het waterrad, als bovenslagrad, een hoog toerental, dat 9 à 10 omwentelingen per minuut bedroeg. Merkwaardig is dan ook, dat de fabrikant voor de eerste overbrenging, in plaats van de gebruikelijke houten tanden voor het aswiel, voor beide wielen ijzeren tanden koos. De overbrenging was lawaaierig en liep niet soepel. De tanden van zo'n groot wiel waren meestal onbewerkt.

Met de molen werd voornamelijk bakgoed gemalen: boerengemaal kwam op de tweede plaats. De bakrogge werd op een koppel kunststenen gemalen en de tarwe op Franse stenen. Het tarwemeel werd vaak gebuild voor de bloem. Met het derde koppel kunststenen werd voergraan gemalen. Verder stonden in de molen een haverpletter en een koekenbreker. Met de koekenbreker werden lijnkoeken, afkomstig van de oliefabrieken, gebroken. De brokken werden tot lijnmeel vermalen, dat met ander meel gemengd voornamelijk aan het rundvee werd gevoerd. Geplette haver werd als paardevoer gebruikt.
De werkomstandigheden in de molen waren in drukke tijden ongunstig. De zakken met maalgoed moesten door een grote deur in en uit de molen worden gedragen. Aan de binnenzijde bevond zich bij de deur een opstap van twee treden. Bijna alle maalgoed moest met de molenkar gehaald en bezorgd worden.
Het tarwegemaal begon na de Tweede Wereldoorlog te verlopen. Voor het malen en mengen van veevoer werd een elektrische hamermolen met een mengketel geplaatst. Het zelf-opgewekte vermogen was voor de aandrijving van de hamermolen echter onvoldoende, zodat deze een netaansluiting kreeg.

In 1962 werd het maalbedrijf stilgelegd. In 1963 verkocht Pierre Mengelers het huis met de molen, graanloods, stallen, schuur, erf en andere toebehoren aan het chemisch concern N.V. D.S.M., gevestigd in Heerlen. In 1965 werd het stuwrecht door het Waterschap van de Geleen- en Molenbeek afgekocht, waarna de loop van het water werd verlegd. Als watermolen had de molen daarmee opgehouden te bestaan.
D.S.M. verkocht het afgeslankte goed St. Jans-Geleen aan Christiaan Adriaan Henri Lodewijk Deckers, die vanaf 1965 het huis met de molen bewoonde. Begin 1977 werd de industrieel Joseph Gerard Gibbels eigenaar. Zonder de vereiste toestemming begon hij aan de verbouwing van de molen met het woonhuis. Het kwam tot een proces waarna Gibbels het gebouw weer in de oorspronkelijke staat terugbracht.
De turbinekamer met de generatoropstelling en de lelijke molenaanbouwsels werden reeds in het midden van de jaren zestig afgebroken. Het waterrad met de kanjel boven de dode molentak werd evenwel gehandhaafd, zodat het gebouw nog op een watermolen lijkt.
De maalstoel met het gangwerk is nog oorspronkelijk. Van het maalgedeelte op de steenbedding bleef echter weinig meer over. Het linker koppel stenen, dat waren zelfscherpende molenstenen van het fabrikaat Francois Janssen uit Visé (B.), kon vanwege een nieuwe muur niet worden teruggeplaatst. De maalvloer werd tot de hoogte van het voormalige erf, tegenwoordig de binnenplaats, verhoogd.
Gibbels overleed in 1979.
Drie jaar later werd de gerestaureerde voorburcht met aanhorigheden bij een openbare verkoop toegewezen aan prof. dr. C. de Deugd, die zich toen op St. Jans-Geleen vestigde.

Meer informatie

T +31 (0)43 3470139 / +31 (0)475 407044
E info@alardvandervarst.nl

Afspraak maken

Kaart Sint Jansgeleen 3 • Spaubeek